Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2018

Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:321.

21. Naar mijn inzicht is evenmin doorslaggevend wat de aard is van de methode waarmee het hof de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft bepaald. Weliswaar veronderstelt de toepassing van een concrete berekeningsmethode, waarbij het voordeel voor ieder specifiek delict separaat is bepaald, bekendheid met concrete delicten, terwijl die bekendheid voor toepassing van een abstracte berekeningsmethode geen noodzakelijke voorwaarde vormt. Het is niettemin denkbaar dat zich een geval voordoet waarin de periode waarop de (abstracte) kasopstelling betrekking heeft in volle omvang wordt gedekt door bewijsmiddelen die blijk geven van aanwijzingen voor het begaan van een reeks van delicten die gedurende die gehele periode voordeel hebben gegenereerd, ofschoon het begaan van een deel van die reeks van delicten in de hoofdzaak niet was ten laste gelegd. Niet valt in te zien waarom verbeterde lezing in zo’n geval – anders dan bij een concrete voordeelberekening – onder geen beding mogelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfc47a1ab5ca1b97b727f2682aec2dcede9d2dceb2f5a9158ad82cc406db57a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfc47a1ab5ca1b97b727f2682aec2dcede9d2dceb2f5a9158ad82cc406db57a, en de alinea staat in dat document op bytes 48788 tot 49817.