Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2018

Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:321.

25. Ik heb mij afgevraagd of de Hoge Raad, in lijn met HR 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1309 en HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:712, de zaak om doelmatigheidsredenen zelf kan afdoen. Nu uit de bewijsmiddelen niet de voor de kasopstelling noodzakelijke hoogte van de legale contante ontvangsten (inclusief bankopnamen) in de betreffende ontnemingsperiode kan worden afgeleid, meen ik echter dat de gegrondheid van de klacht tot vernietiging dient te leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfc47a1ab5ca1b97b727f2682aec2dcede9d2dceb2f5a9158ad82cc406db57a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfc47a1ab5ca1b97b727f2682aec2dcede9d2dceb2f5a9158ad82cc406db57a, en de alinea staat in dat document op bytes 51124 tot 51664.