Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018

Onder 3.5. Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:386.

27. Het middel klaagt in het bijzonder over enkele onderdelen van de bewijsmotivering. Gesteld wordt dat het hof het medeplegen motiveert op grond van drie componenten, te weten (I) het gezamenlijk aankomen, (II) het aanwezig zijn bij het forceren van het slot en (III) het gezamenlijk vluchten (op één scooter). De eerste beide componenten zouden niet uit de bewijsvoering van het hof volgen. Aan de steller van het middel kan worden toegegeven dat het gezamenlijk aankomen niet rechtstreeks uit de bewijsmiddelen volgt. Uit de verklaring van getuige [betrokkene 5] (bewijsmiddel 7) volgt wel dat hij ‘zijn buurjongen’ (dat is de verdachte) om 2.45 uur buiten heeft zien lopen. Uit de bewijsmiddelen wordt evenwel niet duidelijk hoe hij zich naar de -op korte afstand gelegen - [a-straat] heeft begeven, en of hij daarbij al in het gezelschap van beide andere personen was (al is dat zonder meer aannemelijk). Naar het mij voorkomt speelt dit element in de overwegingen van het hof een zo ondergeschikte rol dat dit niet tot cassatie behoeft te leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/84df75b536c904d3107a539cadf7481df4ec16fdcfa77142bb8983bc81cfd6dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 84df75b536c904d3107a539cadf7481df4ec16fdcfa77142bb8983bc81cfd6dc, en de alinea staat in dat document op bytes 55149 tot 56284.