Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:396.
Ik merk allereerst op dat de uit art. 24 Rv voortvloeiende binding van de rechter aan de feitelijke grondslag van de vordering een verbod tot aanvulling en uitbreiding van deze grondslag behelst. Daarvan is geen sprake als de rechter een bepaalde, door een partij aan zijn vordering, verzoek of verweer ten grondslag gelegde stelling niet in zijn oordeel heeft betrokken. Daarnaast is het vaste rechtspraak dat de rechter niet verplicht is om in te gaan op alle argumenten en stellingen die procespartijen ter ondersteuning van hun standpunt aanvoeren. Alleen als essentieel aan te merken stellingen mag de rechter niet onbehandeld laten of ongemotiveerd verwerpen. De klacht over de schending van art. 24 Rv stuit reeds hierop af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee, en de alinea staat in dat document op bytes 49959 tot 50936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee | shasum -a 256