Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018

Onder 4.23 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:396.

De door [eisers] in onderdeel 1 van het middel aangevochten beslissing dat [eisers] er niet van uit mochten gaan dat zich in het dakbeschot van het koetsiershuis en van de hoeve geen asbest zou bevinden wordt, gelet op de in rov. 3.8.3 gebezigde woorden “reeds op grond van het voorgaande” , gedragen door rov. 3.8.3. De overwegingen in rov. 3.8.4 zijn in zoverre overwegingen ten overvloede, zoals de zinsnede “mogelijk zou anders moeten worden geoordeeld indien” ook duidelijk maakt. Derhalve is met het falen van subonderdelen 1.1 tot en met 1.5 gegeven dat onderdeel 1 in zijn geheel niet tot cassatie kan leiden. De subonderdelen 1.6 en 1.7, beide gericht tegen rov. 3.8.4 behoeven bij deze stand van zaken geen bespreking. Mocht uw Raad evenwel anders oordelen, dan noopt dat tot behandeling van deze twee laatste subonderdelen, omdat het in rov. 3.8.4 gegeven oordeel de beslissing van het hof ook zelfstandig zou kunnen dragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee, en de alinea staat in dat document op bytes 62895 tot 63985.