Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018
Onder 4.40 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:396.
In rov. 3.9.3 (tweede volzin) ligt besloten dat, zo in de stellingen van [eisers] een betwisting van de deugdelijkheid van het buitenschilderwerk moet worden gelezen, deze betwisting onvoldoende is: “Door [eisers] is niet dan wel onvoldoende betwist (…)” . Dit oordeel kan niet met succes bestreden worden met de klacht dat [eisers] dit een en ander “wél betwist hebben” : dat de stellingen van [eisers] een dergelijke betwisting (kunnen) behelzen - zij het volgens het hof onvoldoende - komt immers wel degelijk tot uitdrukking in de bestreden overweging. In zoverre acht ik het aldaar gegeven oordeel niet onbegrijpelijk. Dat de stellingen van [eisers] een voldoende betwisting in zouden houden, wordt door het subonderdeel niet gesteld. Het subonderdeel is derhalve tevergeefs voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee, en de alinea staat in dat document op bytes 78050 tot 79034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee | shasum -a 256