Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018

Onder 4.44 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:396.

Toch ben ik van oordeel dat het subonderdeel niet tot cassatie zou moeten leiden. Daargelaten of in de memorie van grieven nu was betoogd dat [verweerders] de bruine verkleuringen aan [eisers] hadden moeten mededelen, kan de bestreden volzin in rov. 3.9.3 zo worden opgevat dat daarin het oordeel besloten ligt dat [eisers] de bruine verkleuringen zelf hadden moeten zien en dat [verweerders] in zoverre niet verweten kan worden dat ze [eisers] niet hebben verteld over de bruine verkleuringen, wat daar verder ook van zij. Dat ligt ook voor de hand: als die verkleuringen steeds terugkomen, dan is aannemelijk dat dergelijke plekken er ook zaten (en dus zichtbaar waren) toen [eisers] bij de eerste onderhandeling in 2008 (vóór het in 2009 uitgevoerde buitenschilderwerk) de gevels hebben bezichtigd. Zo bezien is er dus geen sprake van een verborgen gebrek, zoals ook in het bestreden oordeel van het hof besloten ligt. Tot slot meen ik dat, ook indien de in dit subonderdeel aangevochten volzin geen stand zou houden, de door het hof in rov. 3.9.3 en 3.9.4 gegeven motivering in zijn geheel beschouwd de conclusie kan dragen dat de in hoger beroep aangevoerde grief IV faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee, en de alinea staat in dat document op bytes 81837 tot 83095.