Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018

Onder 4.51 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:396.

Het subonderdeel stelt vervolgens ( tweede klacht ) dat het hof miskent dat [eisers] geen bijzondere omstandigheden hoefden te stellen, zulks reeds gezien de door de eerste klacht genoemde stelling dat compleet schilderwerk méér behelst dan het uitsluitend overschilderen van het schilderwerk. Ook deze klacht faalt. Afgezien van de zinsnede “reeds gezien voornoemde stelling” , licht de klacht niet toe waarom het hof heeft miskend dat [eisers] geen bijzondere omstandigheden behoefden te stellen. Indien en voor zover de klacht ertoe strekt dat voornoemde stelling van [eisers] reeds voldoende grond vormde voor het oordeel dat sprake was van non-conformiteit (hetgeen het hof zou hebben miskend door bijzondere omstandigheden te vereisen), dient de klacht te falen omdat - evenals bij subonderdeel 2.1 - er dan aan voorbij wordt gegaan dat de gerechtvaardigde verwachtingen van de koper centraal staan bij de beantwoording van de conformiteitsvraag van art. 7:17 BW. Het gaat dus om de vraag of [eisers] , gelet op alle omstandigheden van het geval, ‘compleet schilderwerk’ in de door hen kennelijk voorgestane zin mochten verwachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e1568cd8758f68e1a8d2616720e9285f388f2a309cde6cfed80e67d9e0d2ee, en de alinea staat in dat document op bytes 90541 tot 91772.