Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018

Onder 3.4.4 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:398.

De rechter zal het voorgaande in zijn oordeelsvorming moeten betrekken door te onderzoeken of, uitgaande van de feiten en omstandigheden die – zo nodig na bewijslevering – zijn komen vast te staan, in redelijkheid kan worden geoordeeld dat sprake is van de door de werkgever aangevoerde ontslaggrond, in dit geval dus van disfunctioneren van de werknemer als bedoeld in art. 7:669 lid 3, onder d, BW.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4f253abca177655a9d72218be98475cfe21a620553ba26182481de250e13995. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4f253abca177655a9d72218be98475cfe21a620553ba26182481de250e13995, en de alinea staat in dat document op bytes 24750 tot 25171.