Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:398.
In rov. 5.7 stelt het hof vast dat de werkneemster “niets heeft aangevoerd” waaruit zou volgen dat hetgeen in rov. 3.18 en 3.19 als observatie en oordeel van de consultant [betrokkene 1] en de interim-directeur [betrokkene 3] is opgenomen onjuist zou zijn . Het hof doelt onmiskenbaar op de uitkomst van het individuele coaching-traject en het groepstraject IFMS , te weten (kort samengevat): dat coaching geen zichtbaar effect heeft gehad en dat van verdere groepssessies geen heil te verwachten valt. Blijkens hetgeen het hof aansluitend in rov. 5.7 overweegt, werd die uitkomst bevestigd door de eigen, in cassatie onbestreden, bevindingen van het hof ter zitting. Tegen de achtergrond hiervan kon het hof, zonder verdere bewijslevering, als vaststaand aannemen dat de werkneemster niet in voldoende mate beschikt over communicatieve en/of gedragscompetenties die tot het beroepsprofiel van een arts-microbioloog behoren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4f253abca177655a9d72218be98475cfe21a620553ba26182481de250e13995. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4f253abca177655a9d72218be98475cfe21a620553ba26182481de250e13995, en de alinea staat in dat document op bytes 31883 tot 32921.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4f253abca177655a9d72218be98475cfe21a620553ba26182481de250e13995 | shasum -a 256