Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:399.

De verzoeker tot een voorlopig getuigenverhoor dient ingevolge art. 187 lid 3, aanhef en onder a en b, Rv in zijn verzoekschrift de aard en het beloop van de vordering te vermelden, alsmede de feiten of rechten die hij wil bewijzen. Dit dient hij te doen op zodanige wijze dat voor de rechter die op het verzoek moet beslissen, voor de rechter voor wie het verhoor zal worden gehouden, alsmede voor de wederpartij voldoende duidelijk is op welk feitelijk gebeuren het verhoor betrekking zal hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f58ce9177d823b31ae38ab0b08b0bf5f2672978ef49e798cef54c9aba0505e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f58ce9177d823b31ae38ab0b08b0bf5f2672978ef49e798cef54c9aba0505e9, en de alinea staat in dat document op bytes 18934 tot 19509.