Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018
Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:399.
“Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op de stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden (HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3516). Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f58ce9177d823b31ae38ab0b08b0bf5f2672978ef49e798cef54c9aba0505e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f58ce9177d823b31ae38ab0b08b0bf5f2672978ef49e798cef54c9aba0505e9, en de alinea staat in dat document op bytes 43938 tot 44717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f58ce9177d823b31ae38ab0b08b0bf5f2672978ef49e798cef54c9aba0505e9 | shasum -a 256