Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:40.

In het verweerschrift zijdens [verweerder 2] wordt er bovendien nog op gewezen dat het bij de uitleg van een exploot, gelet op art. 3:59 BW in samenhang met art. 3:33 BW en 3:35 BW, aankomt op de vraag wat verweerders begrepen en redelijkerwijs behoorden te begrijpen op basis van hetgeen in het exploot is vermeld. Uit HR 22 oktober 2004 volgt dat hierbij een strenge maatstaf geldt. De aanzegging heeft een zelfstandige afbakeningsfunctie in het belang van de rechtszekerheid. In de onderhavige zaak, waarbij de aanzegging expliciet het zaaknummer van één van de twee zaken vermeldt, verzet de rechtszekerheid zich tegen een uitleg dat het beroep is ingesteld in beide zaken. Eén en ander leidt niet tot excessief formalisme (‘excessive formalism’) in de zin van de rechtspraak van het EHRM. Het gaat er in dit verband niet slechts om of in strijd is gehandeld met een nationale (procesrechtelijke) regel, maar of er ook daadwerkelijk inbreuk is gemaakt op hetgeen die regel beoogt te beschermen, aldus [verweerder 2] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63d2d6866aa870d87f673be127c7a3d749e02de88fb116d1f4c69c022aa67242. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63d2d6866aa870d87f673be127c7a3d749e02de88fb116d1f4c69c022aa67242, en de alinea staat in dat document op bytes 21331 tot 22500.