Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:40.
Ingevolge art. 3:59 BW zijn op de uitleg van de dagvaarding dan wel de procesinleiding ingeval van digitaal procederen art. 3:33 BW en art. 3:35 BW van overeenkomstige toepassing. In het kader van de vraag in welke hoedanigheid een eisende partij optreedt, heeft de Hoge Raad overwogen dat ten aanzien van de uitleg in verband met de aard van het exploot en de belangen van de wederpartij strenge eisen moeten worden gesteld aan de duidelijkheid van de formulering van het exploot. Onder het KEI-regime is dit niet anders ten aanzien van de uitleg van de procesinleiding in cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63d2d6866aa870d87f673be127c7a3d749e02de88fb116d1f4c69c022aa67242. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63d2d6866aa870d87f673be127c7a3d749e02de88fb116d1f4c69c022aa67242, en de alinea staat in dat document op bytes 26328 tot 27053.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63d2d6866aa870d87f673be127c7a3d749e02de88fb116d1f4c69c022aa67242 | shasum -a 256