Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:40.

‘3.3. (…). De omstandigheid dat de rechtsbetrekking die in het onderhavige arrest is beoordeeld, ook in geschil was in de parallelzaak, en dat daarover in die parallelzaak onherroepelijk is beslist, brengt ingevolge art. 236 lid 1 Rv mee dat laatstgenoemde beslissing tussen partijen bindende kracht heeft. Daarom heeft [eiser tot cassatie] geen belang meer bij de beoordeling van het in de onderhavige zaak aangevoerde middel. (…). De omstandigheden dat tussen beide zaken een nauwe samenhang bestond, dat ter rolle een zogeheten rolvoeging heeft plaatsgevonden, en dat in beide zaken op dezelfde datum arrest is gewezen, doen niet af aan de processuele zelfstandigheid van beide zaken. Voorts kan, (…), niet worden aanvaard dat het cassatieberoep in de onderhavige zaak een cassatieberoep in de parallelzaak impliceert, nu in de cassatiedagvaarding uitsluitend beroep in de onderhavige zaak is aangezegd. (…)’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63d2d6866aa870d87f673be127c7a3d749e02de88fb116d1f4c69c022aa67242. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63d2d6866aa870d87f673be127c7a3d749e02de88fb116d1f4c69c022aa67242, en de alinea staat in dat document op bytes 31431 tot 32369.