Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407.

Voor de beantwoording van de vraag of die bewoordingen duidelijk waren, diende echter op grond van vaste jurisprudentie – nu neergelegd in art. 4:46 lid 1 BW – mede gelet te worden op de verhoudingen die de erflater bij de beschikking heeft willen regelen en op de omstandigheden waaronder deze is gemaakt. De tekst van de huidige regels is echter niet meer zo streng dat alleen bij onduidelijke bewoordingen ruimte bestaat voor uitleg: de genoemde verhoudingen en omstandigheden spelen niet meer alleen een rol bij de beantwoording van de vraag of de bewoordingen onduidelijk zijn, maar ook op basis van de verhoudingen en omstandigheden op zich is al uitleg mogelijk (zelfs geboden), ook bij duidelijke bewoordingen (vgl. art. 4:46 lid 1 BW). Alleen gebruikmaking van daden of verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil is uitgesloten bij duidelijke bewoordingen in het testament (lid 2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475, en de alinea staat in dat document op bytes 64026 tot 65006.