Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407.
Ook deze regels roepen nog wel vragen op. Zo is de vraag wat er geldt voor de verhoudingen en omstandigheden die tevens bestaan uit daden en verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil. De verhoudingen en omstandigheden van lid 1 hoeven immers (ook) niet per se uit de uiterste wil zelf te blijken, maar kunnen wel al voor uitleg worden gebruikt zonder de vaststelling dat de uiterste wil geen duidelijke zin heeft. Een andere belangrijke vraag is of na het maken van de uiterste wilsbeschikking optredende omstandigheden bij de uitleg van deze beschikking mogen worden gebruikt. In beginsel duidt in ieder geval lid 1 op het tegendeel. Men zou echter in de aan- of afwezigheid van een bepaalde toestand ten tijde van het maken van de beschikking, of in een toen reeds bestaande verwachting over de toekomst, al omstandigheden kunnen zien waaronder de uiterste wil is gemaakt. Voor de daden en verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil (behoudens een enkel niet-doen, zoals het niet herroepen van een uiterste wil) als bedoeld in lid 2, geeft de parlementaire geschiedenis al aan dat het daar ook om posterieure daden en verklaringen kan gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475, en de alinea staat in dat document op bytes 65106 tot 66444.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475 | shasum -a 256