Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407.
Het valt op dat de Hoge Raad bij de beantwoording van de vraag of de bewoordingen van een uiterste wilsbeschikking onduidelijk zijn al op bepaalde daden en verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil let, en deze gebruikt als verhoudingen en omstandigheden als bedoeld in art. 4:46 lid 1 BW (dat geldt voor het opstellen van het samenlevingscontract, maar ook het voornemen om te gaan samenwonen zal vermoedelijk zijn gebleken uit buiten het testament verrichte daden of afgelegde verklaringen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475, en de alinea staat in dat document op bytes 68540 tot 69120.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475 | shasum -a 256