Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407.

Hoewel het hof in het nu voorliggende geval niet op deze wijze de begunstiging door de verzekeringnemer c.q. erflater heeft uitgelegd, had dat, analoog gedacht aan de jurisprudentie inzake de uitleg van uiterste wilsbeschikkingen, mijns inziens wél gekund. Bij de aanwijzing van een begunstigde zijn bovendien ook nog eens minder strenge vormvereisten van toepassing voor de vastlegging van de wil van de verzekeringnemer dan bij de vastlegging van de wil van de erflater het geval is, en zijn niet de waarborgen ingebouwd die samenhangen met de (verplichte) bijstand van de notaris, hetgeen ervoor pleit minstens evenveel, zo niet meer, ruimte te geven aan de uitleg van de begunstiging. Ook is niet noodzakelijk om eerst vast te stellen dat de begunstiging onduidelijk is in het licht van ten tijde van die begunstiging bestaande omstandigheden voordat – strikt genomen – aan uitleg met behulp van buiten de schriftelijke mededeling aan de verzekeraar gelegen verklaringen en gedragingen van de verzekeringnemer wordt toegekomen. In dit geval had de begunstiging – indien daarvoor naar het oordeel van het hof voldoende feiten en omstandigheden zouden zijn komen vast te staan, wat gezien rov. 3.10 het geval lijkt te zijn geweest – dan op zodanige wijze kunnen worden uitgelegd dat daarbij de omstandigheden ten tijde van het overlijden (o.a. de relatie met [verweerster] , waarmee een samenlevingsovereenkomst is aangegaan en die tot enig erfgenaam is benoemd met uitdrukkelijke onterving van de kinderen, waarbij aan de notaris is aangegeven dat het gehele vermogen aan [verweerster] diende toe te komen en zij zoveel mogelijk verzorgd diende te worden achtergelaten) relevant zijn omdat daaruit volgt dat de omstandigheden waaronder de begunstigden zijn aangewezen (waarin nog geen sprake was van de latere niet-huwelijkse relatie met [verweerster] , die aan de weg zou (kunnen) staan aan het begunstigen van de kinderen, de kinderen nog niet waren onterfd, en eenvoudigweg van de standaardbegunstiging is uitgegaan, die alles nog openhield) nadien zo fundamenteel (en onvoorzien) zijn gewijzigd dat geconstateerd moet worden dat de standaardbegunstiging niet met het oog op (ook) die nieuwe situatie is opgenomen. Tot de verhoudingen die de verzekeringnemer toen heeft willen regelen, behoorde dan niet een eventuele latere niet-huwelijkse relatie. In ieder geval maken deze omstandigheden en de destijds bestaande, te regelen verhoudingen in deze gedachtegang dat de mogelijkheid moet bestaan om met behulp van nadere bewijsmiddelen aan te tonen dat de bedoeling van de verzekeringnemer – zoals gesteld door [verweerster] – van de standaardbegunstiging afweek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475, en de alinea staat in dat document op bytes 76735 tot 79564.