Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Onder 2.32 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407.

Het hof heeft hierbij tegen de achtergrond van wat [verweerster] hiertoe had aangevoerd (zie rov. 3.8 - 3.9) – waaronder dat er behoudens de verzekeringspolissen geen vermogen was, dat de gemeenschappelijke woning van de erflater en [verweerster] met ruim € 100.000,- onder water stond en [verweerster] nog een vordering op de erflater had vanwege een investering in die woning, dat er sinds 1995 geen enkel contact meer was geweest tussen de erflater en [eiseressen] , dat de erflater niet wist dat de polisuitkeringen buiten zijn nalatenschap vielen en dat hij de standaardbegunstiging moest wijzigen om dit te veranderen, maar dat hij met zijn testamenten dacht te hebben bereikt dat de polisuitkeringen aan [verweerster] zouden toekomen, en dat de uitkering veel hoger was dan hetgeen [eiseressen] uit hoofde van hun legitieme portie zouden hebben ontvangen – de volgende vaststaande feiten en omstandigheden met zoveel woorden in aanmerking genomen (rov. 3.10):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475, en de alinea staat in dat document op bytes 89604 tot 90620.