Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Onder 2.33 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407.

In de door het hof op grond van de vastgestelde omstandigheden aangenomen en zojuist beschreven situatie van de omissie van de erflater is het door het onderdeel aangevoerde feit dat de erflater nog vele mogelijkheden heeft gehad om de standaardbegunstiging te wijzigen niet van belang, zoals ook het hof in rov. 3.10 heeft overwogen. Over de wijzigingen die op de polissen hebben plaatsgevonden staat vast dat deze geen betrekking hadden op de begunstiging (zie rov. 2.3). Dat de polissen zijn afgesloten (relatief kort) nadat het contact met [eiseressen] verloren is gegaan, acht ik evenmin van (doorslaggevende) betekenis, nu in die polissen niet zozeer een begunstiging ten voordele van [eiseressen] is opgenomen, maar op dat moment – waarop de affectieve relatie met [verweerster] nog niet bestond – slechts een standaardbegunstiging is opgenomen, die nog alle(rlei) mogelijkheden in het leven van de verzekeringnemer – waaronder een nieuw huwelijk en (wellicht zelfs) een herstelde relatie met zijn kinderen – openhield. Dat de schulden van de nalatenschap de baten ervan zouden overtreffen, óók als de polisuitkeringen hierbij worden meegerekend, kan voorts niet afdoen aan de uit zijn testamenten en het samenlevingscontract blijkende wens van de erflater/verzekeringnemer om [verweerster] zo verzorgd als mogelijk achter te laten, welke wens het hof in rov. 3.10 als bijzondere omstandigheid in aanmerking heeft genomen. Het in de s.t. van [eiseressen] hiertegen opgeworpen argument dat [verweerster] slechts door haar zuivere aanvaarding van de nalatenschap met schulden achterblijft, kan ten slotte – nog los van zijn argumentatiewaarde in deze – niet als juist worden aangenomen, omdat vaststaat dat het gros van de schulden, zo niet alle schulden, werd(en) veroorzaakt door de hypothecaire geldlening met betrekking tot de door de erflater/verzekeringnemer en [verweerster] gezamenlijk aangeschafte woning, waarvoor [verweerster] – ook los van haar erfgenaamschap – in elk geval met haar aandeel in de woning, maar – naar algemeen bekend mag worden verondersteld – hoogstwaarschijnlijk reeds hoofdelijk aansprakelijk zal zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475, en de alinea staat in dat document op bytes 94174 tot 96358.