Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Onder 1.7 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407.

Het heeft daartoe overwogen dat grief 2 tot en met 4 weliswaar niet tot een andere uitkomst kunnen leiden, maar dat grief 5 wel slaagt. Ten aanzien van grief 2 geldt dat het wel degelijk gaat om de bedoeling ten tijde van de aanwijzing, zij het dat deze bedoeling kan worden vastgesteld aan de hand van eventuele verklaringen en gedragingen van de verzekeringnemer buiten de schriftelijke mededeling waaruit die bedoeling mede kan blijken, ook indien deze niet kenbaar zijn voor de verzekeraar, maar dat in het onderhavige geval uit de latere verklaringen en gedragingen niet kan worden afgeleid dat de bedoeling van de erflater was dat de polissen ten gunste van [verweerster] zouden worden uitgekeerd. Dat de erflater later de bedoeling heeft gehad zijn kinderen te onterven en [verweerster] tot enig erfgenaam te benoemen doet daaraan niet af. Voor die situatie bestond de mogelijkheid van wijziging van de begunstiging (rov. 3.4). Ten aanzien van grief 3 overweegt het hof dat als de erflater zoals te doen gebruikelijk een aanvulling op zijn inkomen/vermogen op latere leeftijd wilde regelen, dit geenszins uitsluit dat hij tevens voor ogen had conform de standaardbegunstiging achtereenvolgens een eventuele echtgenote, eventuele kinderen en zijn eventuele erfgenamen tot begunstigden aan te wijzen, indien hij voortijdig voor de uitkeerdatum zou overlijden, ook niet als hij ten tijde van het aangaan van beide verzekeringen ongehuwd was. Uit de stukken en stellingen van partijen volgt dat de erflater ten tijde van het afsluiten van de verzekeringen [verweerster] nog niet kende en dat de erflater [eiseressen] op dat moment nog niet had onterfd (rov. 3.5). Ten aanzien van grief 4 wordt overwogen dat uit de door [verweerster] geschetste feiten en omstandigheden niet volgt dat de door [verweerster] geschetste bedoeling van de erflater – om [verweerster] verzorgd achter te laten, dit in onwetendheid van de daarvoor benodigde wijziging van de standaardbegunstiging – de erflater voor ogen stond bij het afsluiten van de verzekeringen. Voor zover [verweerster] zich hier heeft bedoeld te beroepen op een uitkomst die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, verwijst het hof naar de beoordeling van grief 5 (rov. 3.6). Ten aanzien van grief 5 heeft het hof als volgt overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475, en de alinea staat in dat document op bytes 17774 tot 20351.