Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407.
Mijns inziens voldoet de hier aan de orde zijnde grief aan bovengenoemde eisen en was in hoger beroep voldoende duidelijk dat [verweerster] het hier aan de orde zijnde beroep heeft gedaan. Hierbij wordt (mede) in aanmerking genomen dat [verweerster] het beroep in hoger beroep onder grief 5 heeft gedaan in kennelijke aanvulling op de daaraan voorafgaande grieven en op hetgeen zij reeds in eerste aanleg naar voren had gebracht. In ieder geval in hoger beroep bestond voor [eiseressen] derhalve ook voldoende gelegenheid om op het beroep in te gaan. Los van de wijze waarop [verweerster] in hoger beroep deze grief naar voren heeft gebracht – die niet de schoonheidsprijs verdient – heeft het hof dus mijns inziens kunnen oordelen – zoals het kennelijk heeft gedaan – dat voor de wederpartij voldoende duidelijk was waartegen zij zich had te verweren. De rubricering van de grief was weliswaar wat onhandig, maar rechtvaardigt – mede gelet op de opbouw en ook de omvang van het stuk – geenszins het vermoeden dat de wederpartij onvoldoende op de hoogte was of had kunnen zijn van het feit dat dit beroep door [verweerster] werd gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475, en de alinea staat in dat document op bytes 36566 tot 37727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475 | shasum -a 256