Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407.
Dat de grief ervan spreekt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is “ dat de op de derdenrekening van de advocaat van geïntimeerden uitgekeerde bedragen aan de geïntimeerden zullen toekomen ” terwijl het hof oordeelt dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is “ dat [eiseressen] zich op hun wilsrecht, de begunstiging van beide polissen beroepen ” doet aan het voorgaande niet af. Daarmee is, wat ook precies zij van deze formuleringen, duidelijk hetzelfde beroep van [verweerster] op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid aan de orde, welke werking er in casu (ook) volgens het hof aan in de weg staat dat de uitkering op de polissen bij [eiseressen] terechtkomt. Dat het hof dit in de (juridische) uitwerking enigszins anders heeft geformuleerd of ingevuld staat hem – zo nodig zelfs op grond van art. 25 Rv. – vrij. Overigens komt het hof in rov. 3.10 uiteindelijk tot de conclusie dat “ dat [eiseressen] (…) geen rechten kunnen ontlenen aan de begunstiging ”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475, en de alinea staat in dat document op bytes 37806 tot 38981.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475 | shasum -a 256