Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407.
Wat dat betreft klaagt onderdeel I immers nog over rov. 3.10, waarin het hof tot het oordeel komt dat op grond van de aldaar door het hof genoemde omstandigheden de niet wijziging van de begunstiging van [eiseressen] in een begunstiging van de erfgename/ [verweerster] niet anders kan worden begrepen dan als een omissie van de erflater en dat het, gelet op alle feiten en omstandigheden van de onderhavige zaak, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [eiseressen] zich op hun wilsrecht, de begunstiging van beide polissen, beroepen. Volgens het onderdeel heeft het hof daarmee een onjuiste (of te ruime) toepassing gegeven aan het bepaalde in de artikelen 6:2 lid 2 jo. 6:248 lid 2 BW, dan wel is zijn oordeel onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475, en de alinea staat in dat document op bytes 44344 tot 45114.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63f7b87a9ef4d2a82ed711937d83688db21e17139648aa286c97975327f49475 | shasum -a 256