Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:408.

Mogelijkerwijs heeft het hof ook met betrekking tot de transcriptie geoordeeld dat deze geen aanvullend bewijs is zoals bedoeld in rov. 9.3.1 en heeft het hof tevens de in rov. 9.3.2 bedoelde voorzichtigheid in acht genomen omdat bedoelde zinsnede uit het gesprek op het terras in Roermond de koopovereenkomst tussen [betrokkene 1] enerzijds en [verweersters] anderzijds betreft waarover [betrokkene 2] slechts van [betrokkene 1] heeft gehoord. In het oordeel van het hof ligt dan besloten dat de uitlating in nr. 60 van het transcript slechts bewijs levert van de stelling dat [betrokkene 1] tegen [betrokkene 2] heeft gezegd dat [verweersters] een koopprijs van € 423.000, waarvan een deel zwart, hebben betaald. Bij die lezing heeft het hof zijn oordeel voldoende begrijpelijk gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a014ee991d27cefb20c7159ab6c2cd5a9b4cb924b5b8c58f078924221f97b751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a014ee991d27cefb20c7159ab6c2cd5a9b4cb924b5b8c58f078924221f97b751, en de alinea staat in dat document op bytes 42408 tot 43250.