Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Onder 2.28. Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:409.

Ik zei dat ik de redeneerlijn van Bollen-Vandenboorn – die ook die van de steller van het middel in het incidenteel cassatieberoep is – niet zonder meer onderschrijf. Mij dunkt dat deze auteur voor de uitleg van de Nederlandse wet (art. 1 lid 8 Wvps) ten onrechte buitenlandse opvattingen rechtstreeks bepalend acht. Die uitleg dient te geschieden aan de hand van het doel en de strekking van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, zoals die onder meer uit de wetsgeschiedenis blijkt. In dat verband zijn buitenlandse opvattingen over wat als een ‘pensioen’ kan worden aangemerkt, intussen niet zonder betekenis, omdat zij licht kunnen werpen op de vraag of een buitenlandse voorziening in de context van het maatschappelijke leven in het desbetreffende land een functie vervult die vergelijkbaar is met de Nederlandse pensioenvoorzieningen waarop de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c736e3152d160078b6fd098f84600dbff5a681c5abc4bac2a6df9fd029d737a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c736e3152d160078b6fd098f84600dbff5a681c5abc4bac2a6df9fd029d737a, en de alinea staat in dat document op bytes 48610 tot 49591.