Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:410.

Onderdeel 2.4 houdt in dat het hof heeft miskend dat sprake is van een duurovereenkomst tot betaling van de CAO-verhogingen. Voor duurovereenkomsten die voor onbepaalde tijd zijn aangegaan geldt dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst meebrengen dat wijziging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de wijziging bestaat, dat een bepaalde overgangstermijn in acht moet worden genomen of dat de wijziging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. Daaruit volgt dat die eenzijdige wijzing niet, althans niet zonder meer en zeker niet met terugwerkende kracht kan plaatsvinden. Het hof had dit – zo nodig ambtshalve de rechtsgronden aanvullend – moeten onderkennen. Indien het hof een en ander niet heeft miskend, dan is het bestreden oordeel onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67d334c46194a9e2a9c871091a2aec1ea8c95382a08ab5c9237df956a20aca6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67d334c46194a9e2a9c871091a2aec1ea8c95382a08ab5c9237df956a20aca6b, en de alinea staat in dat document op bytes 62068 tot 63064.