Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Onder 3.43 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:410.
Het oordeel dat de vorderingen met betrekking tot de onkostenvergoeding te onbepaald zijn, is in het licht van de stellingen van FNV niet onbegrijpelijk. Niet duidelijk is op welke van de door haar genoemde vergoedingen – dat zijn: reis-, telefoon-, internetkosten- en printvergoeding, vergoeding voor schadevrij rijden en een vergoeding voor medische sporten – de vorderingen nu precies zien en welke onkostenvergoedingen op welke groepen van werknemers precies van toepassing waren. Op enkele plaatsen in de processtukken spreekt FNV over een vaste onkostenvergoeding die voor sommige werknemers is verlaagd en voor anderen is gehandhaafd en over andere overeengekomen vergoedingen waaronder (dus kennelijk niet uitsluitend) reis-, telefoon-, internetkosten- en printvergoeding, vergoeding voor schadevrij rijden en een vergoeding voor medische sporten. Elders merkt FNV op dat de vaste maandelijkse vergoeding wel gewijzigd mag worden, maar de overige onkostenvergoedingen niet. Met name is onduidelijk gebleven of het hier om onkostenvergoedingen gaat die aan alle werknemers werden toegekend of aan specifieke (groepen van) werknemers, wellicht afhankelijk van de vraag of zij de betreffende kosten ook daadwerkelijk hebben gemaakt. De door FNV overgelegde producties geven op dit punt ook weinig inzicht. In zijn algemeenheid is vast te stellen dat het debat over de onkostenvergoedingen niet van de grond is gekomen. Wellicht heeft FNV hierbij parten gespeeld dat zij over onvoldoende informatie beschikte en ook kon beschikken. In ieder geval is uit de stellingen van Pontmeyer ook weinig concreets af te leiden over de onkostenvergoedingen die vóór respectievelijk ná 1 mei 2012 werden toegekend. Het had echter op de weg van FNV gelegen om melding te maken van een eventuele bewijsnood op dit punt, zodat – op vordering van haar of de rechter – van Pontmeyer duidelijkheid had kunnen worden verkregen. Nu zij dit heeft nagelaten, is moeilijk een andere conclusie te trekken dan dat voor het hof niet was vast te stellen of de belangen ter bescherming waarvan de rechtsvordering van FNV strekte, voldoende gelijksoortig zijn en een efficiënte en effectieve rechtsbescherming ten behoeve van de belanghebbenden door een bundeling van die belangen wordt bevorderd. Daarmee faalt de motiveringsklacht van onderdeel 2.8.2.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67d334c46194a9e2a9c871091a2aec1ea8c95382a08ab5c9237df956a20aca6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67d334c46194a9e2a9c871091a2aec1ea8c95382a08ab5c9237df956a20aca6b, en de alinea staat in dat document op bytes 73650 tot 76321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67d334c46194a9e2a9c871091a2aec1ea8c95382a08ab5c9237df956a20aca6b | shasum -a 256