Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:410.

In de literatuur is gesignaleerd dat in de feitenrechtspraak verschillend wordt omgegaan met de problematiek van de verworven rechten. Jellinghaus heeft in dit verband drie benaderingen onderscheiden. In een ‘snelle aanvaarding’ wordt relatief snel het bestaan van een verworven recht aanvaard, doorgaans met een beroep op het vertrouwensbeginsel. Een werkgever die ten onrechte een vertrouwen bij de werknemer heeft opgewekt, moet de gevolgen daarvan dragen, zo is de gedachte. Bij een ‘restrictieve aanvaarding’ wordt juist niet snel aangenomen dat sprake is van een verworven recht. De werkgever moet de vrijheid hebben om vrijgevig te zijn en daarbij niet onnodig worden ingeperkt. Hiertussen zou zich een benadering bevinden waarin sprake is van ‘gematigde aanvaarding’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67d334c46194a9e2a9c871091a2aec1ea8c95382a08ab5c9237df956a20aca6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67d334c46194a9e2a9c871091a2aec1ea8c95382a08ab5c9237df956a20aca6b, en de alinea staat in dat document op bytes 26193 tot 27056.