Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:410.
“Kijkt men naar de grondslag voor het aanvaarden van een verkregen recht, dan valt op dat kantonrechters relatief veel gewicht toekennen aan het tijdsverloop. Het enkele feit dat gedurende een bepaalde – kortere of langere – periode een arbeidsvoorwaarde – al dan niet in strijd met de letterlijke tekst van het contract – wordt toegekend, is in deze visie voldoende voor het aanvaarden van een verkregen recht. Een andere grondslag die wel wordt toegepast voor het aanvaarden van het verworven recht – al dan niet in combinatie met het tijdsverloop – is het gelijkheidsbeginsel. In verschillende uitspraken wordt het gelijkheidsbeginsel gebruikt als argument om de werknemer aanspraak te geven op arbeidsvoorwaarden die niet expliciet waren overeengekomen. Een andere relevante omstandigheid bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een verkregen recht, is het antwoord op de vraag of de werkgever de werknemer (jaarlijks eraan heeft herinnerd) dat de verstrekte beloning een niet-verplicht karakter heeft. Indien daarvan sprake is wordt een periodieke betaling niet snel een verworven recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67d334c46194a9e2a9c871091a2aec1ea8c95382a08ab5c9237df956a20aca6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67d334c46194a9e2a9c871091a2aec1ea8c95382a08ab5c9237df956a20aca6b, en de alinea staat in dat document op bytes 44576 tot 45762.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67d334c46194a9e2a9c871091a2aec1ea8c95382a08ab5c9237df956a20aca6b | shasum -a 256