Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:416.
Dan is thans aan de orde de vraag welke de omvang van de transitievergoeding dient te zijn. [verzoekster] heeft betoogd dat de berekening van de omvang van de transitievergoeding moet worden gebaseerd op de gehele looptijd van de dienstbetrekking voor de volle omvang daarvan. Deze stelling wordt verworpen. Gevolg daarvan zou toch zijn dat, nu een nieuwe dienstbetrekking tussen dezelfde partijen is aangegaan, een transitievergoeding zou worden betaald over dat gedeelte van de dienstbetrekking dat gelijk is qua omvang aan de voorafgaande dienstbetrekking, maar waarvan niet vaststaat op dit moment dat daarover een transitievergoeding verschuldigd zal zijn, wanneer deze tot een definitief einde komt bijvoorbeeld in geval van pensionering. In dat laatste geval is immers geen transitievergoeding verschuldigd. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dient de transitievergoeding te worden berekend op basis van dat gedeelte van de dienstbetrekking dat definitief is beëindigd over de looptijd van dat gedeelte. De kantonrechter komt daarmee tot een transitievergoeding van EUR 33.394,40. Dat bedrag is door [verzoekster] ook gevorderd en het zal door de kantonrechter worden toegewezen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8d2d60fdba007cf0782357621cfe80448bc4c2ba274242c636bba299afe4d0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8d2d60fdba007cf0782357621cfe80448bc4c2ba274242c636bba299afe4d0f, en de alinea staat in dat document op bytes 65949 tot 67222.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8d2d60fdba007cf0782357621cfe80448bc4c2ba274242c636bba299afe4d0f | shasum -a 256