Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Onder 3.37 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:416.

De specifieke regels voor opzegging van arbeidsovereenkomsten in het bijzonder onderwijs leiden tot een enigszins andere invalshoek in de feitenrechtspraak ten aanzien van de vraag of recht bestaat op een (gehele of gedeeltelijke) transitievergoeding bij gedeeltelijk ontslag. De reden daarvoor is dat de in de CAO-VO en CAO-PO voorgeschreven handelwijze (zoals blijkend uit de hiervoor onder 3.33 weergegeven bepalingen uit de CAO-VO), waarin eerst bij aangetekende brief opzegging geschiedt, vervolgens een akte van benoeming wordt opgesteld, door de rechter als ‘gekunsteld’ wordt aangemerkt omdat sprake is van een feitelijk doorlopend dienstverband. In deze uitspraken wordt er vanuit gegaan dat ‘in wezen’ sprake is van herplaatsing binnen de organisatie, op basis van dezelfde, doorlopende arbeidsovereenkomst, zij het onder gewijzigde voorwaarden. Dit zou meebrengen dat er geen sprake is van een opzegging van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:673 lid 1 BW, zodat er geen recht bestaat op een transitievergoeding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8d2d60fdba007cf0782357621cfe80448bc4c2ba274242c636bba299afe4d0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8d2d60fdba007cf0782357621cfe80448bc4c2ba274242c636bba299afe4d0f, en de alinea staat in dat document op bytes 81031 tot 82085.