Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:416.

De klachten uit deze (sub)onderdelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking. Zoals hiervoor uiteen is gezet (zie onder 3.27), leidt het enkele feit dat sprake is van opzegging op de voet van art. 7:673 lid 1 sub a onder 1e BW tot een aanspraak op een transitievergoeding. Die aanspraak bestaat ook als de werknemer heeft ingestemd met de opzegging. Dat betekent dat niet van belang is of [verzoekster] heeft ingestemd met de opzegging. Alleen indien sprake zou zijn van een beëindigingsovereenkomst zou zij geen aanspraak kunnen maken (zij het dat de regering er vanuit ging dat in de beëindigingsovereenkomst een vergelijkbare financiële voorziening wordt getroffen). In het onderhavige geval is niet door het hof vastgesteld dat sprake is van een beëindigingsovereenkomst en dat blijkt ook nergens uit. Nu niet van belang is of [verzoekster] heeft ingestemd met de opzegging door Kolom, kan niet als redengevend argument voor afwijzing van de transitievergoeding worden gegeven ‘dat aanstelling voor 55% van de volledige werktijd in nauw overleg met haar tot stand is gekomen’; dat partijen hierover ‘overeenstemming hadden bereikt’, of dat [verzoekster] binnen enkele dagen de Akte van benoeming ondertekend heeft geretourneerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8d2d60fdba007cf0782357621cfe80448bc4c2ba274242c636bba299afe4d0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8d2d60fdba007cf0782357621cfe80448bc4c2ba274242c636bba299afe4d0f, en de alinea staat in dat document op bytes 104045 tot 105382.