Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:417.
Betoogd wordt wel dat het instellen van tussentijds cassatieberoep zich slecht verdraagt met de spoedeisende aard van de faillissementsprocedure, nu de nog lopende instantie daardoor wordt “bevroren”. Dat hoeft niet per se het geval te zijn. Het toestaan van een tussentijds rechtsmiddel kan een spoedige afdoening ook juist bevorderen. Het voorliggend geval is daarvan een sprekend voorbeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af1abef99d0d530b500ae888af75829d8b1fee46cbfe9922f5b2cff1083202e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af1abef99d0d530b500ae888af75829d8b1fee46cbfe9922f5b2cff1083202e7, en de alinea staat in dat document op bytes 35059 tot 35597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af1abef99d0d530b500ae888af75829d8b1fee46cbfe9922f5b2cff1083202e7 | shasum -a 256