Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:419.

“Kortom, alle afwijzingsgronden zijn van een “vergelijkbaar ‘kaliber’” (…), maar de rechter mag ook aan andere belangen (bezwaren) dan enkel de belangen van de wederpartij een dusdanige zwaarte toekennen dat tot afwijzing van het voorlopig getuigenverhoor moet worden beslist. Zo staat bij de afwijzingsgrond strijd met de goede procesorde de efficiëntie voorop, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met de (financiële) belasting van een voorlopig getuigenverhoor voor de wederpartij, maar ook met de belasting van de rechter en de kosten van een voorlopig getuigenverhoor voor de staat (zoals het salaris van de rechter en de kosten van zittingszalen). Hierbij is het objectief vast te stellen stadium waarin de hoofdzaak verkeert een factor die, naarmate de hoofdzaak zich in een verdergaand stadium verkeert, een steeds prominentere rol inneemt (…).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c9b75ea2da6bbd4fd43541b591d8a1ed77a75918311ad675017d4cbe1d19a39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c9b75ea2da6bbd4fd43541b591d8a1ed77a75918311ad675017d4cbe1d19a39, en de alinea staat in dat document op bytes 43150 tot 44038.