Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:421.

Onder IIIa klaagt het onderdeel allereerst dat onbegrijpelijk is dat de urenopgave ook voor het overige, dus waar de opgave niet ziet op de agenda’s van [betrokkene 7] en [betrokkene 8] uit 2006 en [betrokkene 6] uit 2007, onvoldoende betrouwbaar zou zijn. Die opgave is namelijk mede gebaseerd op verklaringen van de betrokken werknemers (waarvan uitdrukkelijk bewijs is aangeboden), terwijl bovendien is aangeboden dat [verweerder] de agenda’s kon komen inzien, heeft ook Deloitte die agenda’s onderzocht en heeft WEA moeite om (tot in detail) bloot te leggen hoeveel uren [verweerder] ten onrechte heeft opgevoerd, aangezien zij zelf niet direct bij de betreffende handelingen betrokken was en alleen [verweerder] zelf hierover helderheid kan verschaffen, terwijl de overige agenda’s nog vallen te raadplegen en te koppelen aan het registratiesysteem Account View.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c1bdf251a7725cfde4b71bd1b0f0a1f6b9d88f8ad88be805236c6869480756a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c1bdf251a7725cfde4b71bd1b0f0a1f6b9d88f8ad88be805236c6869480756a, en de alinea staat in dat document op bytes 72395 tot 73366.