Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018

Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:427.

6. De rechtbank stelt voorop dat een commanditaire vennootschap geen rechtspersoonlijkheid bezit. Dit volgt uit de civielrechtelijke jurisprudentie van de Hoge Raad (zie HR 21 februari 1950, NJ 1950/603). Eiser heeft aangevoerd dat de Hoge Raad op dit oordeel zou zijn teruggekomen in het arrest van 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251, omdat daarin is overwogen - anders dan voorheen - dat het faillissement van een vof niet automatisch het faillissement van de vennoten meebrengt. In rechtsoverweging 3.4.1. begint de Hoge Raad zijn oordeel echter met de zin “Een vof heeft geen rechtspersoonlijkheid”. Op dat oordeel is dus niet teruggekomen. De nuancering die vervolgens is aangebracht ter zake van faillissementssituaties heeft geen betrekking op de hier voorliggende vraag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d, en de alinea staat in dat document op bytes 91722 tot 92519.