Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018
Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:427.
Ten aanzien van de persoon die ingevolge art. 33 IW 1990 aansprakelijk kan worden gesteld, moet een driedeling worden gemaakt. Allereerst is ieder van de bestuurders van een lichaam zonder rechtspersoonlijkheid of een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam dat niet volledig rechtsbevoegd is, hoofdelijk aansprakelijk. Tot de bestuurders worden de formele bestuurders gerekend. Verder behoort daartoe de volledig aansprakelijke vennoot van een vennootschap. In de wettekst is in lid 3 nog een uitbreiding aan het begrip bestuurder gegeven. Indien namelijk de bestuurder van een lichaam zelf een lichaam is, kunnen de bestuurders van laatstgenoemd lichaam als bestuurder van het eerstgenoemde aansprakelijk worden gesteld. Ten slotte kan een gewezen bestuurder aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschuld waarvoor hij ten tijde van zijn bestuursperiode hoofdelijk aansprakelijk was. Daarbij is het voldoende dat de belastingschuld in die periode materieel is ontstaan. (…)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d, en de alinea staat in dat document op bytes 104555 tot 105551.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d | shasum -a 256