Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018

Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:427.

Art. 33, vierde lid, IW bevat voor degene die op grond van het eerste lid onderdelen a. of b. hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld een disculpatiemogelijkheid. Voorzover de aansprakelijkgestelde kan bewijzen dat hem geen verwijt kan worden gemaakt voor het niet voldoen van de belastingschuld, vervalt voor die persoon de aansprakelijkheid. Er wordt hierbij niet de eis gesteld dat het niet betalen aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van de aansprakelijk gestelde te wijten dient te zijn (zoals bij art. 36 IW). Hierdoor lijkt disculpatie moeilijker dan in de gevallen van art. 36 IW. Het lijkt immers eenvoudiger aannemelijk te maken dat de niet betaling niet aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van betrokkene is te wijten, dan dat men dient te bewijzen dat de niet betaling niet aan betrokkene is te wijten. (...) Om deze redenen lijkt het mij aannemelijk dat de term ‘bewijzen’ feitelijk moet worden ingevuld als ‘aantonen’ of ‘aannemelijk maken’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d, en de alinea staat in dat document op bytes 113140 tot 114116.