Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018
Onder 4.26 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:427.
In lid 4 is met betrekking tot de aansprakelijken van art. 33, lid 1, onderdelen a en b, IW 1990 een disculpatie (vrijwaringsmogelijkheid) opgenomen. Indien de aansprakelijkgestelde bewijst dat het niet aan hem is te wijten dat de belasting niet is voldaan, is hij niet aansprakelijk. Noch over verwijten noch over bewijzen wordt iets in de wet geregeld. In de Leidraad Invordering 2008 is bepaald dat de disculpatie beoordeeld moet worden naar redelijkheid en billijkheid. Rechtbank Breda is van mening dat, nu de niet-verwijtbaarheid niet in de wetsgeschiedenis nader is uitgewerkt, aansluiting voor dat begrip dient te worden gezocht bij de ketenaansprakelijkheid. Daarenboven geeft de rechtbank aan dat in Leidraad Invordering 1990 was opgenomen dat een melding van betalingsonmacht leidde tot niet-verwijtbaarheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d, en de alinea staat in dat document op bytes 114432 tot 115265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d | shasum -a 256