Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018

Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:427.

Voorts heeft het Hof geoordeeld dat belanghebbende er niet in is geslaagd zich ingevolge artikel 33, vierde lid, Inv. 1990 te disculperen, nu hij niet heeft bewezen dat het niet aan hem is te wijten dat de belasting niet is voldaan. Het Hof heeft bij dit oordeel in overweging genomen dat de stijging van de totale personeelskosten in de jaren 2008 tot 2012 in een wanverhouding staat tot de gerealiseerde omzet; dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat was overeengekomen voor [E] meerdere projecten uit te voeren waarmee een omzet van meer dan een miljoen euro te verwachten was; dat ondanks de niet-reële en niet concrete verwachtingen extra omzet behaald zou worden en ondanks de oplopende verliezen van de CV, toch extra werknemers zijn aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d, en de alinea staat in dat document op bytes 125058 tot 125839.