Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018

Onder 1.13 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:427.

De Rechtbank heeft voorts geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het niet aan hem is te wijten dat de belasting niet is voldaan, zodat belanghebbende zich niet kan disculperen op grond van artikel 33, vierde lid, Inv. 1990. De Rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen dat niet aannemelijk is geworden dat de hoop van belanghebbende op meer omzet op reële afspraken en verwachtingen was gebaseerd. Naar het oordeel van de Rechtbank getuigt het in een dergelijk geval, mede gelet op de jaarlijks negatieve bedrijfsresultaten, niet van behoorlijk bestuur om in zo’n situatie extra werknemers aan te nemen. Mede gelet op de verklaringen ter zitting van belanghebbende, heeft de Rechtbank overwogen dat belanghebbende in wezen de CV de laatste jaren heeft voortgezet op kosten van de belastingbetaler. Voorts heeft de Rechtbank geoordeeld dat de Ontvanger aannemelijk heeft gemaakt dat ook het belopen van de rente, kosten en boeten aan belanghebbende is te wijten. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e27e7d554b8679f9bb2e7a4174fe553ba2ce9e4b4f7f0a4df8ffd555bd70b44d, en de alinea staat in dat document op bytes 18447 tot 19506.