Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:431.
Wat betreft de onder II bedoelde categorie, is beslissend of uit de uitspraak van de strafrechter of anderszins uit de stukken betreffende de niet met een bewezenverklaring geëindigde strafzaak dan wel de resultaten van het strafvorderlijk onderzoek blijkt van de onschuld van de verdachte en van het ongefundeerd zijn van de verdenking waarop het optreden van politie of justitie berustte. Dit is volgens de Hoge Raad een restrictief criterium. Dat wil zeggen dat het met terughoudendheid moet worden toegepast. Deze terughoudendheid houdt mede verband met de onwenselijkheid dat de burgerlijke rechter anders zich ertoe genoopt zou zien, in een daarop niet toegesneden procedure vragen onder ogen te zien, tot het beantwoorden waarvan bij uitstek de strafrechter is toegerust en geroepen, en die deze, in geval van vrijspraak, veelal reeds bij gewijsde heeft beantwoord . In de onderhavige zaak is onbetwist dat het gaat om schade van gewezen verdachten en dus niet om schade van derden (die nooit verdacht zijn geweest) .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de, en de alinea staat in dat document op bytes 22338 tot 23502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de | shasum -a 256