Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:431.
Mijns inziens heeft het hof deze rechtsregel niet miskend. In rov. 13 − in cassatie in zoverre onbestreden − heeft het hof het uitgangspunt van de rechtbank onderschreven dat eisers onrechtmatig handelen van de Staat moeten stellen en bewijzen, in die zin dat zij moeten aanwijzen uit welk gedeelte van het strafdossier hun onschuld volgt . De aangehaalde uitlatingen van twee leden van het O.M. maakten geen deel uit van het strafvorderlijk onderzoek. Het middelonderdeel noemt geen stukken uit het strafvorderlijk onderzoek waarop eiseres zich in de feitelijke instanties zou hebben beroepen in dit verband. Voor zover het onderdeel zou willen bepleiten dat het hof eigener beweging stukken uit het dossier van de strafzaak tegen eiseres in de beoordeling had moeten betrekken zonder dat zij zich daarop had beroepen, berust de klacht op een onjuiste rechtsopvatting van haar stelplicht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de, en de alinea staat in dat document op bytes 51612 tot 52581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de | shasum -a 256