Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:431.

De klacht onder II is gericht tegen de verwerping (in rov. 18) van het standpunt dat de uitspraak in het arrest van 13 mei 2003 inhield dat de onschuld van eiser is gebleken. De klacht houdt in dat het hof een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd, althans te hoge eisen heeft gesteld aan het blijken van de onschuld uit het vonnis of het dossier van de strafzaak. Volgens de toelichting op deze klacht behoeft de strafrechter niet met zoveel woorden in zijn vonnis te overwegen dat de onschuld is gebleken: een zodanig oordeel kan volgens het aangehaalde criterium uit het arrest-Begaclaim ook worden afgeleid uit andere stukken in het dossier van de strafzaak. In dit verband wijst het middelonderdeel ook op de (met schriftelijk bewijs onderbouwde) stelling van eisers dat in de justitiële documentatie is opgenomen dat eiser ten onrechte als verdachte is aangemerkt ten aanzien van de delicten: ‘deelname aan een criminele organisatie’ (art. 47 Sr) en ‘voorbereidingshandelingen (art. 10a Opiumwet)’ .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de, en de alinea staat in dat document op bytes 52661 tot 53812.