Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Onder 2.29 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:431.

De klacht onder III houdt in dat het hof heeft miskend dat op de Staat een verzwaarde stelplicht rust met betrekking tot het dossier. Het feit dat de Staat door het strafvorderlijk optreden inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van een verdachte brengt volgens de klacht mee dat de Staat volledig verantwoording moet kunnen afleggen van de rechtsgeldigheid van die inbreuk: het overleggen van het juiste en volledige dossier is dan een minimumvereiste. Eisers verwijzen ter vergelijking naar de eisen die, ingevolge HR 19 februari 2016 , in een procedure over beroepsaansprakelijkheid gesteld kunnen worden aan het verweer van een notaris die geen aantekeningen heeft bijgehouden en bewaard van hetgeen hij in het kader van zijn voorlichtingsplicht met de betrokkene heeft besproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de, en de alinea staat in dat document op bytes 56089 tot 56955.