Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Onder 2.33 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:431.

- dat uit par. 62 – 67 van het arrest EHRM 29 november 2016 (Saliba/Malta, appl.no. 24221/13) bovendien volgt dat de nationale rechter verplicht is behoorlijk onderzoek te doen naar de overgelegde stukken, argumenten en het bewijs, zonder een vooropgezet oordeel over de weging of over het feit [lees: de vraag] of het wel relevant zal zijn voor de beslissing; dit moet volgens eisers worden gezien in het kader van toekenning van rechten die praktisch en effectief moeten zijn; niet slechts theoretisch en illusoir. Deze overwegingen maken volgens eisers ook, dat de nationale rechter zijn beslissing deugdelijk moet motiveren. Door categorisch bewijsmateriaal buiten het strafdossier niet te betrekken in zijn oordeel, zou het hof niet hebben voldaan aan deze verdragsrechtelijke eisen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de, en de alinea staat in dat document op bytes 62102 tot 62905.