Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Onder 2.39 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:431.

Onderdeel 2.2 stelt dat eisers via grief III een beroep hadden gedaan op nog een andere grond voor aansprakelijkheid van de Staat. Zij hebben erop gewezen dat het telefoongesprek van 12 november 1999 meermalen schriftelijk is uitgewerkt in verschillende versies, zonder dat duidelijk is gemaakt wat de onderlinge verhouding tussen de verschillende versies is. Het opstellen van een tapverslag met daarin een onjuiste weergave van een afgeluisterd telefoongesprek levert als zodanig een onrechtmatige daad op, waarvoor zij de Staat verantwoordelijk houden. Dit onrechtmatig handelen gaat vooraf aan het strafvorderlijk optreden. De klacht houdt in dat het hof een rechtens onjuiste, althans onbegrijpelijke, uitleg aan grief III heeft gegeven, dan wel deze extra grond voor aansprakelijkheid ten onrechte onbesproken heeft gelaten. Voor het geval dat het hof van oordeel is dat de beoordeling beperkt kon blijven tot een toetsing aan beide criteria van het arrest-Begaclaim, bestrijdt het middelonderdeel dat oordeel als rechtens onjuist of ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de, en de alinea staat in dat document op bytes 68616 tot 69742.