Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Onder 2.41 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:431.
Onderdeel 2.3 klaagt over de beslissing, in rov. 25, om het bewijsaanbod van eisers te passeren. Waar dit aanbod omvatte het als getuige horen van eiser en eiseres zelf, van [betrokkene 3] als deelnemer aan het tapgesprek d.d. 12 november 1999, van [betrokkene 4] als de “verbalisant die de eerste twee versies van de tapjournalen heeft gemaakt”, van [betrokkene 1] als “verbalisant die de derde versie van het tapjournaal heeft gemaakt”, en van alle rechters en raadsheren die de strafzaak in eerste aanleg en appel hebben beoordeeld, is volgens het middelonderdeel niet aan twijfel onderhevig op welke stellingen dit bewijsaanbod zag. Volgens de klacht is het oordeel dat dit bewijsaanbod niet relevant is omdat uitsluitend de stukken van het strafgeding relevant zijn voor het antwoord op de vraag of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld, rechtens onjuist, omdat ook informatie van buiten het strafdossier relevant kan zijn voor de beantwoording van deze vraag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de, en de alinea staat in dat document op bytes 70790 tot 71824.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/05a5f487947dc0bce11a755ce52a53177d2b59ecd997e9672d00231be0dc39de | shasum -a 256